Presenteren kun je leren
Het lijkt soms alsof sommige mensen ermee geboren zijn. Ze lopen een ruimte in, zeggen een paar zinnen en hebben direct de aandacht. Alsof het vanzelf gaat. Alsof ze nergens over nadenken.
Dat beeld is hardnekkig. En eerlijk gezegd ook een beetje verlammend.
Want als presenteren een talent is dat je wel of niet hebt, dan houdt het gesprek daar op. Dan kun je het hebben of niet. Dan ben je “geen spreker” en klaar.
Maar presenteren is geen talent.
Presenteren is gedrag. Aangeleerd gedrag.
En dus: Presenteren kun je leren.
Wat je ziet, is niet wat eronder ligt
Mensen zeggen vaak tegen me: “Bij jou lijkt het zo vanzelf te gaan.”
Dat neem ik altijd maar half als compliment.
Want wat je ziet, staat op een fundament van oefenen, proberen, mislukken, bijstellen en opnieuw doen. Van voetbalvelden tot boardrooms, van gymzalen tot podia. Duizenden momenten waarop het niet perfect was, maar wél leerzaam.
Presenteren wordt vaak beoordeeld op het eindresultaat.
Maar geleerd wordt het onderweg.
En daar komt EVA om de hoek kijken.
Enthousiasme: niet aanzetten, maar toelaten
Enthousiasme wordt vaak verward met energie. Met groot bewegen, hard praten, aanwezig zijn op standje tien. Terwijl echt enthousiasme meestal veel subtieler en stiller is.
Je herkent het aan iemand die betrokken is bij zijn eigen verhaal. Die niet iets staat af te werken, maar zichtbaar meebeweegt met wat-ie zegt. De houding is open, de adem zit laag, de blik is levend.
Het grote misverstand is dat enthousiasme iets is wat je moet toevoegen. In werkelijkheid is het vaak iets wat je per ongeluk tegenhoudt. Door te netjes te willen zijn. Te gecontroleerd, te correct.
Leren presenteren betekent hier vooral: durven loslaten wat niet nodig is.
Verbinding: eerder dan je denkt
Verbinding ontstaat niet bij je eerste zin of door het stellen van vragen. Die ontstaat al daarvoor. In hoe je de ruimte binnenkomt. In of je lichaam al geland is. In of je ogen mensen ontmoeten of alleen maar scannen.
Mensen voelen feilloos aan of je er bent voor hen, of vooral bezig bent met jezelf. Of je iets komt brengen, of iets komt halen.
Verbinding vraagt geen perfecte opening of slimme grap. Het vraagt aandacht. Aanwezigheid. Rust. Want verbinden doen we op gevoel en ontstaat door wat je zegt, hoe je het zegt en door wat mensen je op dat moment zien doen.
Authenticiteit: stoppen met bijsturen
Hier gaat het vaak mis.
Zodra mensen gaan presenteren, schakelen ze ongemerkt over naar een andere versie van zichzelf. Netter. Ingehoudener. Minder mens. Alsof presenteren vraagt om een speciaal gedragspakket.
Maar authenticiteit zit niet in “jezelf zijn” als concept. Het zit in stoppen met corrigeren. In niet voortdurend denken: doe ik het goed? Sta ik goed? Zeg ik het goed? Wat vind hij? Wat denkt zij?
Links staat iemand zichzelf te managen. Rechts iemand die zichzelf vertrouwt. Die laatste is spannender, niet omdat hij alles perfect doet, maar omdat hij echt is.
En dat vraagt oefening. Niet in presteren, maar in vertrouwen.
Presenteren leer je in een veilige ruimte
Je leert presenteren niet door één keer een trucje toe te passen. Presenteren kun je leren het door te oefenen in een omgeving waar het nog niet hoeft te kloppen. Waar je mag testen, terugschakelen en opnieuw proberen.
Niet om iemand anders te worden.
Maar om dichter bij jezelf te blijven, ook als er ogen op je gericht zijn. Juist als er ogen op je gericht zijn.
Dat is waar mijn trainingen over gaan. Niet over het maken van sprekers die op elkaar lijken, maar over het ontwikkelen van mensen die steviger staan in hun eigen stijl.
Dus ja, presenteren kun je leren
Maar niet door jezelf te forceren.
Niet door een rol te spelen.
Niet door perfect te willen zijn.
Je leert het door Enthousiasme toe te laten, Verbinding serieus te nemen en Authenticiteit niet weg te poetsen.
Presenteren kun je leren.
En misschien nog belangrijker: je kunt leren het te blijven doen als jezelf.
PS. Begin gerust hier met deze 11 concrete tips. Voor niks ;-).